AANGIFTE IN DE PERSONENBELASTING – AANSLAGJAAR 2019 IS BESCHIKBAAR

AANGIFTE IN DE PERSONENBELASTING – AANSLAGJAAR 2019 IS BESCHIKBAAR

AANGIFTE IN DE PERSONENBELASTING – AANSLAGJAAR 2019

Datum:  03 april 2019

Binnenkort kunt u uw aangifte voor het aanslagjaar 2019 indienen. Op de persconferentie van begin mei 2019 geven we daarover meer informatie.

In afwachting kunt u alvast de pdf-versie van de voorbereiding van de aangifte in de personenbelasting voor het aanslagjaar 2019 raadplegen.

Taxshift : fiscale gevolgen vanaf 1 januari 2019

Op 1 januari 2019 treedt de laatste fase van de taxshift in werking. De taxshift bevat ook een aantal fiscale maatregelen die de koopkracht van de werknemers willen verhogen, zonder dat de kosten voor de werkgevers daardoor verhogen.

We overlopen hieronder de wijzigingen die vanaf 1 januari 2019 van toepassing zullen zijn op fiscaal vlak.

  • Optrekking belastingvrije som
  • Aanpassing belastingtarieven
  • Optrekking fiscale werkbonus
  • Invloed op de berekening van de bedrijfsvoorheffing?

Optrekking belastingvrije som

Elke belastingplichtige kan genieten van een voordeel waardoor een deel van zijn belastbare inkomsten vrijgesteld wordt van belasting, de ‘belastingvrije som’.

Momenteel is het bedrag van de belastingvrije som afhankelijk van de hoogte van het belastbaar inkomen van de belastingplichtige:

  • standaard belastingvrije som: 4 095 euro;
  • verhoogde belastingvrije som (voor wie een belastbaar inkomen heeft van maximaal 25 220 euro): 4 260 euro.

Vanaf 2019 (aanslagjaar 2020) zal er nog slechts 1 bedrag gelden voor alle belastingplichtigen. De belastingvrije som zal dan 4 785 euro bedragen. Dit is het bedrag voor indexatie. Hoeveel de indexatiecoëfficiënt in 2019 zal bedragen, is nog niet bekend.

Deze belastingvrije som geldt voor al wie belastbare inkomsten ontvangt, dus zowel voor bedrijfsleiders als werknemers.

Aanpassing belastingtarieven

De belastbare inkomsten worden in de personenbelasting belast op basis van steeds stijgende belastingtarieven (met uitzondering van enkele inkomsten die aan een afzonderlijk tarief belast worden). Deze tarieven zijn gekoppeld aan schijven van belastbaar inkomen. Hoe hoger het belastbaar inkomen, hoe hoger het belastingtarief waaraan het hoogste deel van het belastbaar inkomen belast zal worden.

De tarieven zelf wijzigen niet in het inkomstenjaar 2019. Wel wordt de bovengrens van de tariefschijf van 40% opgetrokken van (nog te indexeren) 13 940 euro naar 14 330 euro. Dit betekent dat het belastbaar inkomen langer aan het tarief van 40% belast zal worden (in plaats van al onder de tariefschijf van 45% te vallen). Dit zorgt ervoor dat dat er minder belasting verschuldigd zal zijn. Voor de overige tariefschijven wijzigt er niets.

Tarieven voor de berekening van de basisbelasting: vergelijking

Aanslagjaar 2019 Aanslagjaar 2020
25% voor de inkomensschijf van 0,01 tot 8 120 euro voor de inkomensschijf van 0,01 tot 8 120 euro
40% voor de schijf van 8 120 tot
13 940 euro
voor de schijf van 8 120 tot
14 330 euro
45% voor de schijf van 13 940 tot
24 800 euro
voor de schijf van 14 330 tot
24 800 euro
50% voor de schijf boven
24 800 euro
voor de schijf boven
24 800 euro

Deze aanpassing geldt voor alle belastingplichtigen, dus zowel voor bedrijfsleiders als werknemers.

Optrekking fiscale werkbonus

De fiscale werkbonus is de fiscale tegenhanger van de werkbonus die we kennen uit het sociale zekerheidsrecht. De sociale werkbonus is een vermindering van de RSZ-werknemersbijdragen (13,07%) voor werknemers met een (relatief) laag loon.

Aangezien de lagere inhouding van RSZ-bijdragen leidt tot een verhoogd belastbaar loon, zorgt de korting op RSZ-vlak er in principe voor dat de verschuldigde belasting stijgt. Zoals hoger al vermeld zijn hogere belastingtarieven van toepassing naarmate het belastbaar inkomen bepaalde grensbedragen overschrijdt. Om dit effect wat te compenseren wordt een belastingvermindering toegekend.

De fiscale werkbonus wordt berekend als een percentage op de effectief genoten sociale werkbonus. Dit percentage bedraagt vanaf 1 januari 2019 33,14% (in plaats van de huidige 28,03%). Het maximumbedrag van de belastingvermindering wordt ook opgetrokken van 420 euro naar 500 euro per jaar (niet-geïndexeerde bedragen).

Invloed op de berekening van de bedrijfsvoorheffing?

Tijdens het jaar waarin het beroepsinkomen wordt verkregen, wordt geanticipeerd op de belasting die erop verschuldigd zal zijn door de inhouding van bedrijfsvoorheffing (BV). De regels van de BV zijn dan ook in belangrijke mate afgestemd op die van de personenbelasting.

De wijzigingen aan de belastingvrije som en de belastingtarieven zullen dan ook doorwerken bij de berekening van de BV vanaf 1 januari 2019. De schalen zullen een lager bedrag aan BV geven, in vergelijking met eenzelfde belastbaar inkomen verdiend in 2018.

De belastingvermindering die een werknemer krijgt omwille van zijn laag loon (fiscale werkbonus) wordt ook al toegepast bij de berekening van de BV die de werknemer in principe verschuldigd is. Ook deze maatregel zal er dus voor zorgen dat de werknemer vanaf 2019 een hoger nettoloon heeft.

 

Bronnen:
Programmawet 10 augustus 2015, BS 18 augustus 2015.
Acerta.be
Wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht, BS 30 december 2015.

 

Pensioensparen : welk systeem is het beste (fiscaal)

Pensioensparen : welk systeem is het beste (fiscaal)

In onderstaande tabel vindt u een vergelijkingstabel van de verschillende vormen van pensioensparen – in rangorde – waar 1 het meest fiscaal interessant is en 6 het minst fiscaal interessant .

RANGORDE -> 1 2 3 4 5 6
VAPZ IPT Pensioensparen (960,00 euro) Langetermijnsparen POZ Pensioensparen (960,00-1.230,00 euro)
Max.  Premie/jaar: 8,17% x beroepsink. 80%-Grens 960 EUR 2.310 EUR 80%- Grens 270 EUR
Belastingvoordeel: Beroepskost en RSZ Aftrek vennootschap 30% + gemeente 30% + Gemeente 30% + gemeente 25%+ Gemeente
Beleggingsvormen: Tak 21 Tak 21 en/of 23 Tak 21 en/of 23 Tak 21 en/of 23 Tak 21 en/of 23 Tak 21 en/of 23
Premietaks (pensioen) Geen 4,40% Geen 2% 4,40% Geen
Belasting pensioenkapitaal 3,55% ziv

bijdrage 0,2% solidariteit

3,55% ziv

bijdrage 0,2% solidariteit

8% op reserve op 60 jaar 10% op reserve op 60 jaar 3,55% ziv

bijdragen 0,2 solidariteit

8% op reserve op 60 jaar

VAPZ : vrij aanvullend pensioen voor de zelfstandige

IPT : individueel pensioensparen

POZ : Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen

Met ingang van 2019 wordt het systeem uitgebreid met het systeem VAPW :  vrij aanvullend pensioen voor de werknemers. U vindt hier het bericht.

PS : afrit 65 (jaar) wordt afrit 67 (jaar)

 

 

 

  Christophe Meesters
IAB erkend extern belastingconsulent | IEC conseil fiscal
IAB erkend onafhankelijk extern bestuurder | IEC administrateur indépendant

Co-curator

Member of the CFE Tax Advisers Europe

Auteur Kluwer uitgeverijen

Docent tax & legal

Postgraduaat in de fiscale wetenschappen | Fiscale Hogeschool, FHS

Postuniversitaire opleiding curator-vereffenaar – Kuleuven
Master in Business Administration
Kwaliteitstoetsing IAB – 2018

+32 (0)3 246 00 70 | christophe@fiscotax.be

 

 

 

 

 


namens Fiscotax BV BVBA
belastingconsulenten IAB, erkenningsnummer 225329 3 N 16
Merksemsebaan 44 – 2110 Wijnegem – Antwerpen/Antwerp

www.fiscotax.be |  @fiscotax

Disclaimer |
De inlichtingen zoals meegedeeld in dit bericht zijn louter van algemene aard en kunnen geenszins als sluitende professionele juridische adviesverlening aangepast aan specifieke of concrete persoonlijke omstandigheden worden beschouwd. Sluitende professionele juridische adviesverlening wordt steeds in een afzonderlijk document aan de klant overgemaakt. Aan dit bericht inclusief de bijlagen kunnen geen rechten ontleend worden, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen. Fiscotax BV BVBA. aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade en/of kosten die voortvloeien uit onvolledige en/of foutieve informatie.

 

 

Aftrek van verschuldigde, maar nog niet betaalde sociale bijdragen mogelijk ? Ja, dat kan

Aftrek van verschuldigde, maar nog niet betaalde sociale bijdragen mogelijk ? Ja, dat kan

Vraag  nr.  23887  van  14  maart  2018  van  de  heer  Benoît  Piedboeuf  over  de personenbelasting en de winsten van handelsondernemingen (CRABV 54 COM 844 p. 10) 

Kamerid  Benoît  Piedboeuf  (MR)  stelt  de  volgende  vraag.  Een  handelaar  wordt  belast  op  zijn  schuldvorderingen maar kan zijn vervallen facturen van de belasting aftrekken zelfs als ze nog niet betaald  werden. Zou hij de verschuldigde, maar nog niet betaalde sociale bijdragen voor zelfstandigen bijgevolg ook  kunnen  aftrekken?  Hoe  kan  men  het  verschuldigde  bedrag  zichtbaar  maken  als  hij  geen  dubbele  boekhouding voert?  

Antwoord van Minister Johan Van Overtveldt   De sociale bijdragen voor zelfstandigen zijn aftrekbaar als beroepskosten wanneer ze het karakter van een  zekere  en  vaststaande  schuld  of  verlies  hebben  verkregen  in  de  loop  van  het  belastbare  tijdperk  en  ze  effectief als dusdanig zijn geboekt.  

Een  boekhouding  hoeft  niet  aan  alle  voorschriften  van  de  wetgeving  inzake  de  boekhouding  en  de  jaarrekening  te  beantwoorden  om  als  toereikend  en  regelmatig  te  kunnen  worden  aanvaard.  De  uitgevoerde boekingen moeten het mogelijk maken om op ondubbelzinnige wijze het verloop te volgen van  de zekere en vaststaande schulden of verliezen die als beroepskosten werden aanvaard om  te vermijden  dat zij een tweede maal zouden worden afgetrokken voor het jaar waarin ze werden betaald.

Christophe Meesters
IAB erkend extern belastingconsulent | IEC conseil fiscal 
IAB erkend onafhankelijk extern bestuurder | IEC administrateur indépendant Co-curator Member of the CFE Tax Advisers Europe Auteur Kluwer uitgeverijen Docent tax & legal 
Postgraduaat in de fiscale wetenschappen | Fiscale Hogeschool, FHS Postuniversitaire opleiding curator-vereffenaar – Kuleuven 
Master in Business Administration
Kwaliteitstoetsing IAB – 2018 
+32 (0)3 246 00 70 | christophe@fiscotax.be

namens Fiscotax BV BVBA
belastingconsulenten IAB, erkenningsnummer 225329 3 N 16
Merksemsebaan 44 – 2110 Wijnegem – Antwerpen/Antwerp

www.fiscotax.be | @fiscotax 

Disclaimer |
De inlichtingen zoals meegedeeld in deze communicatie zijn louter van algemene aard en kunnen geenszins als sluitende professionele juridische adviesverlening aangepast aan specifieke of concrete persoonlijke omstandigheden worden beschouwd. sluitende professionele juridische adviesverlening wordt steeds in een afzonderlijk document aan de klant overgemaakt. Aan dit bericht inclusief de bijlagen kunnen geen rechten ontleend worden, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen. Fiscotax BV BVBA. aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade en/of kosten die voortvloeien uit onvolledige en/of foutieve informatie in deze berichten.

Verenigingswerk voor specifieke activiteiten vanaf 1 januari 2019 wordt verhoogd van 500 euro naar 1.000 euro.

Verenigingswerk voor specifieke activiteiten vanaf 1 januari 2019 wordt verhoogd van 500 euro naar 1.000 euro.

Economische relance en sociale cohesie: verhoging van het maandelijkse inkomen dat mag worden verdiend via het verenigingswerk

Door Sarah Delafortrie, Christophe Springael

Hoort bij Ministerraad van 14 september 2018

De ministerraad keurt op voorstel van minister van Werk Kris Peeters, minister van Sociale Zaken Maggie De Block en minister van Financiën Johan Van Overtveldt een ontwerp van koninklijk besluit goed over de economische relance en de versterking van de sociale cohesie.

Conform de wet van 18 juli betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie, kan iedereen die reeds een hoofdstatuut heeft (werknemer, zelfstandige of gepensioneerde) onbelast 500 euro op maandbasis en 6.000 euro op jaarbasis bijklussen. Dit kan via één van volgende drie pijlers:

  • het verenigingswerk
  • de occasionele diensten tussen burgers
  • de deeleconomie via een erkend platform

Dit ontwerp van koninklijk besluit voorziet dat het maandelijkse inkomen dat mag worden verdiend via het verenigingswerk voor specifieke activiteiten vanaf 1 januari 2019 verhoogd wordt van 500 euro naar 1.000 euro. Het maximum van de maandelijkse vergoeding kan dus hoger zijn dan 1/12e van de jaarlijkse vergoeding van 6.000 euro, maar dit jaarlijks maximumbedrag blijft onverkort van toepassing. Het maandelijks bedrag wordt verhoogd voor de volgende activiteiten:

  • animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt
  • sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden

Het ontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.

Ontwerp van koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 12, § 3, tweede lid, van de wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie