25/01/2017

Het Belgisch Staatsblad publiceert twee Koninklijke besluiten[1] met de praktische modaliteiten voor het fiscaal gunstregime in het kader van de deeleconomie. Dit gunstregime werd reeds officieel op 1 juli 2016, maar het was nog wachten op de uitvoeringsbesluiten voor de operationalisering ervan.

Ter herinnering – De “deel” wat?

Binnen de deeleconomie consumeren, produceren en verhandelen mensen onderling producten, diensten, kennis en geld (tegenwoordig via online platformen).
Om te vermijden dat bepaalde inkomsten op die manier aan belastingen ontsnappen, kunnen particulieren die occasioneel willen bijverdienen via de deeleconomie van een gunstig belastingregime genieten, mits hun inkomsten o.a. niet meer bedragen dan 3.255 euro bruto per jaar (niet-geïndexeerd).

Wat houdt dit bijzonder gunstig belastingregime in?

Het fiscaal gunstregime bestaat erin dat de helft van de inkomsten die via de deeleconomie gegenereerd worden, beschouwd worden als forfaitaire kosten en dus vrijgesteld zijn van belasting. De andere helft wordt belast tegen een aanslagvoet van 20%, waardoor de reële belastingdruk slechts 10% zal bedragen op het geheel van de aldus verworven inkomsten.
Meer informatie hierover vindt u in onze artikels van 20 juni 2016 en 8 juli 2016.

Officieel en nu ook operationeel

Via de programmawet van 1 juli 2016 trad het fiscaal gunstregime waarvan sprake officieel in werking, maar de praktische toepassing ervan liet op zich wachten door de afwezigheid van uitvoeringsbesluiten op het vlak van de toe te passen bedrijfsvoorheffing, de erkenningscriteria voor de platformen en de inhoud en modaliteiten van de fiches die zij dienen op te stellen. Daar komt nu verandering in via de twee Koninklijke besluiten van 12 januari 2017.

Koninklijk besluit tot erkenning van elektronische platformen van de deeleconomie

Een eerste Koninklijk besluit legt de voorwaarden vast waaraan de elektronische platformen moeten voldoen om erkend te worden, alsook de situaties waarin deze erkenning kan ingetrokken worden[2].
Verder wordt bepaald dat de vraag om erkenning opwel op papier kan worden ingediend, dan wel door middel van een elektronisch formulier dat weldra op de website van de FOD Financiën ter beschikking zal worden gesteld[3].
Tot slot wordt in dit Koninklijk besluit de inhoud van de jaarlijkse fiche bepaald die door de platformen voor elke dienstverrichter moet worden opgemaakt[4].

Wanneer treedt dit Koninklijk besluit in werking?

Dit Koninklijk besluit treedt in werking op 24 januari 2017.

Koninklijk besluit tot bepaling van de bedrijfsvoorheffing op inkomsten uit de deeleconomie

Het tweede Koninklijk besluit bepaalt dat de bedrijfsvoorheffing voor inkomsten uit de deeleconomie 10% bedraagt van het bruto bedrag (m.n. het bedrag dat door het platform of door tussenkomst van het platform daadwerkelijk betaald of toegekend is, verhoogd met alle sommen die door het platform (of tussenkomst ervan) zijn ingehouden).
Wanneer één globale vergoeding voor het totale pakket gevraagd wordt, waarbij in de overeenkomst geen afzonderlijke prijs voor de diensten uit de deeleconomie bepaald is[5], dan zal de bedrijfsvoorheffing voor de inkomsten uit de deeleconomie 2% bedragen.

Wanneer treden deze regels rond de bedrijfsvoorheffing in werking?

In tegenstelling tot het eerste Koninklijk besluit, zal dit besluit slechts van toepassing zijn op de inkomsten die worden betaald of toegekend vanaf 1 maart 2017[6].

bron : securex