In toepassing van de CAO nr. 109 betreffende de motivering van het ontslag heeft de werknemer die ontslagen wordt, het recht om van zijn werkgever de concrete ontslagredenen te kennen.

De werknemer richt daartoe bij aangetekende brief een verzoek aan de werkgever en dit binnen een termijn van 2 maanden nadat de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen of wanneer de arbeidsovereenkomst door de werkgever werd beëindigd met inachtneming van een opzegtermijn, binnen een termijn van 6 maanden na de betekening van de opzegging door de werkgever, zonder evenwel 2 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst te kunnen overschrijden.

De werkgever die een zodanig verzoek ontvangt, is verplicht binnen de 2 maanden na de ontvangst van de aangetekende brief met het verzoek van de werknemer, te reageren. Dit moet eveneens gebeuren bij aangetekende brief. Deze aangetekende brief moet de elementen bevatten die de werknemer toelaten om de concrete redenen die tot zijn ontslag hebben geleid te kennen.

Wanneer de werkgever aan het verzoek van de werknemer geen gevolg geeft binnen de gestelde termijn is hij een forfaitaire burgerlijke boete verschuldigd overeenstemmend met 2 weken loon.

De vraag stelt zich wat de gevolgen zijn indien de werkgever de concrete ontslagredenen per e-mail ter kennis brengt van de werknemer. Het Arbeidshof te Brussel diende zich hierover uit te spreken.

Meer concreet vroeg de werknemer in het voorliggende geval in toepassing van voormelde CAO tijdig per aangetekende brief om de ontslagredenen mee te delen. De werkgever bracht binnen de maand de werknemer via een e-mail op de hoogte van de concrete redenen. Hierover is geen betwisting.

Voorhoudende dat de formaliteiten van de kennisgeving, nl. per e-mail i.p.v. per aangetekende brief, niet werden nageleefd, vorderde de werknemer de forfaitaire burgerlijke boete van 2 weken loon.

De werkgever stelde dat de vordering van de werknemer in betaling van deze burgerlijke boete rechtsmisbruik inhield omdat werknemer op een andere wijze kennis had gekregen van de concrete ontslagredenen en het gestelde doel in de CAO 109 dus was bereikt.

Het Arbeidshof te Brussel haalde in haar arrest dd. 17 mei 2019 (AR 2018/AB/366) aan dat de CAO 109 een evenwicht heeft gezocht door te voorzien dat de werkgever ook uit eigen beweging de ontslagredenen  schriftelijk aan de werknemer kan meedelen en wanneer hij dit niet doet, hij verplicht is te antwoorden op een officieel geformaliseerd verzoek van de werknemer. Dit laatste moet dan gebeuren bij aangetekend schrijven.

Het Arbeidshof oordeelde dan ook dat de werknemer geen rechtsmisbruik beging en kende de gevorderde forfaitaire burgerlijke boete, overeenstemmend met 2 weken loon, toe.

Wat is de moraal van het verhaal: wanneer een werknemer in toepassing van de CAO nr. 109 per aangetekend brief om de ontslagredenen verzoekt, is de werkgever verplicht deze binnen de 2 maanden per aangetekende brief te laten kennen en hiervoor geen ander communicatiemiddel te gebruiken.      

bron : lexalert

Auteur :
Christophe Meesters
IAB erkend extern belastingconsulent | IEC conseil fiscal
erkenningsnummer 13675 2N73,
fiscotax accountantIAB fiscotax
namens Fiscotax BV BVBA
belastingconsulenten IAB

erkenningsnummer 225329 3 N 16

Merksemsebaan 44 – 2110 Wijnegem – Antwerpen/Antwerp


T. +32 (0)3 246 00 70 |M. christophe@fiscotax.be | W. www.fiscotax.be

Meet me – schedule an online meeting

Disclaimer |De inlichtingen zoals meegedeeld in dit bericht zijn louter van algemene aard, onafhankelijk en kunnen geenszins als sluitende professionele juridische en/of fiscale adviesverlening eventueel aangepast aan specifieke of concrete persoonlijke omstandigheden worden beschouwd. Sluitende professionele juridische en/of fiscale adviesverlening wordt steeds in een afzonderlijk document aan de klant overgemaakt. Het is niet toegestaan dit bericht te vermenigvuldigen dan wel te verspreiden. Aan dit bericht inclusief de bijlagen kunnen geen rechten ontleend worden, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.
Fiscotax BVBA aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade en/of kosten die voortvloeien uit onvolledige en/of foutieve informatie in berichten.