Het Koninklijk besluit betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register werd gepubliceerd op datum van 14/08/2018 zoals eerder door ons gecommuniceerd.


In artikel 75 van de Wet wordt de Koning gemachtigd om de werkingsmodaliteiten van het UBO-register vast te leggen.  In dit besluit werden alle werkingsmodaliteiten van het UBO-register worden opgenomen, meer bepaald:
  • welke informatie aan het UBO-register moet overgemaakt worden naargelang van het type uiteindelijke begunstigde waarover het gaat;
  • wie die informatie in naam van de betrokken juridische entiteiten moet overmaken en volgens welke modaliteiten dat moet gebeuren;
  • wie toegang zal hebben tot de informatie in het UBO-register en volgens welke modaliteiten die toegang zal plaatsvinden;
  • welke afwijkingen er bestaan opdat de gegevens in het UBO-register niet of slechts gedeeltelijk toegankelijk zouden zijn;
  • welke controles zullen uitgeoefend worden in het kader van de verplichting om gegevens aan het UBO-register over te maken en welke sancties indien nodig zullen opgelegd worden
  • op welke manier de aan het UBO-register overgemaakte gegevens zullen beveiligd en verwerkt worden.

HOE KUNT U ZICH VOORBEREIDEN ?

Neem contact op met ons. Wij kunnen u verder helpen met de administratieve formaliteiten.

  •  Merksemsebaan 44, 2110 Wijnegem
  •  mail : info@fiscotax.be
  •  Tel : +32 (0) 3 246 00 70

Ter opfrissing :

Wat was het UBO-register nu weer ?
De wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten (hierna de “Wet”) voorziet in het invoeren van een register van uiteindelijke begunstigden in België (in het Engels ‘UBO’ genoemd, dat staat voor ‘Ultimate Beneficial Owner’; hierna het “UBO-register”).
De Wet zet de Europese Richtlijn 2015/849 van 20 mei 2015 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (de “4de Richtlijn”) om, op grond waarvan de lidstaten verplicht zijn om wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen opdat:
  1. binnen hun grondgebied opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over hun uiteindelijke begunstigden inwinnen en bijhouden, waaronder detailgegevens over de door de uiteindelijke begunstigden gehouden economische belangen;
  2. er een centraal register met informatie over de uiteindelijke begunstigden van die entiteiten zou zijn om de toegang tot die informatie te vereenvoudigen.
De Wet voorziet aldus in de verplichting (1) voor vennootschappen, (internationale) vzw’s en stichtingen om toereikende, accurate en actuele informatie over hun uiteindelijke begunstigden in te winnen en bij te houden en (2) voor bestuurders om binnen de maand gegevens over de uiteindelijke begunstigden elektronisch naar het UBO-register te sturen .
In dat opzicht wordt eraan herinnerd dat vennootschappen, (internationale) vzw’s en stichtingen sinds de inwerkingtreding van de Wet, namelijk sinds 16 oktober 2017, verplicht zijn om informatie over hun uiteindelijke begunstigden in te winnen en te houden.
In Rubriek 2 wordt vermeld wie als uiteindelijke begunstigde moet worden beschouwd naargelang van het soort entiteit waaraan de uiteindelijke begunstigde verbonden is. In Rubriek 3 wordt vermeld welke praktische modaliteiten toelaten om informatie over uw uiteindelijke begunstigden in het UBO-register te bewaren.

2. UITEINDELIJKE BEGUNSTIGDE: OVER WIE GAAT HET?

De Wet somt verschillende categorieën van uiteindelijke begunstigden op volgens de juridische entiteit waaraan ze verbonden zijn.  In de Wet wordt een onderscheid gemaakt tussen drie soorten juridische entiteiten, namelijk vennootschappen, (internationale) vzw’s en stichtingen en trusts en andere juridische entiteiten die vergelijkbaar zijn met trusts.
Worden beschouwd als uiteindelijke begunstigden in het geval van vennootschappen:
  1. De natuurlijke perso(o)n(en) die rechtstreeks of onrechtstreeks een toereikend percentage van de stemrechten of van het eigendomsbelang in deze vennootschap houdt/houden, met inbegrip van het houden van aandelen aan toonder;
    Een door een natuurlijke persoon gehouden belang van meer dan vijfentwintig procent van de stemrechten of van meer dan vijfentwintig procent van de aandelen of het kapitaal van de vennootschap, geldt als een indicatie van een toereikend percentage van de stemrechten of van het direct belang.
    Een belang gehouden door een vennootschap die onder zeggenschap staat van één of meerdere natuurlijke perso(o)n(en), of van meerdere vennootschappen die onder zeggenschap staan van dezelfde natuurlijke persoon of natuurlijke personen, van meer dan vijfentwintig procent van de aandelen of van meer dan vijfentwintig procent van het kapitaal van de vennootschap, geldt ook als indicatie van een toereikend onrechtstreeks belang.
  2. De natuurlijke perso(o)n(en) die zeggenschap heeft/hebben over deze vennootschap via andere middelen;
  3. De natuurlijke persoon of personen die behoort/behoren tot het hoger leidinggevend personeel, indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de bedoelde personen is geïdentificeerd, of indien er enige twijfel bestaat of de geïdentificeerde persoon of personen de uiteindelijke begunstigde(n) is, respectievelijk zijn.
Worden beschouwd als uiteindelijke begunstigden in het geval van (internationale) vzw’s en stichtingen:
  1. de leden van de raad van bestuur;
  2. de personen die gemachtigd zijn de vereniging te vertegenwoordigen;
  3. de personen belast met het dagelijks bestuur van de (internationale) vereniging of stichting;
  4. de stichters van een stichting;
  5. de natuurlijke personen of, wanneer deze personen nog niet werden aangeduid, de categorie van natuurlijke personen in wier hoofdzakelijk belang de (internationale) vereniging zonder winstoogmerk of stichting werd opgericht of werkzaam is;
  6. elke andere natuurlijke persoon die via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de (internationale) vereniging of stichting uitoefent.
Worden beschouwd als uiteindelijke begunstigden in het geval van trusts, fiducieën en andere juridische constructies die daarmee vergelijkbaar zijn:
  1. de oprichter;
  2. de fiduciebeheerder(s) of trustee(s);
  3. de eventuele protector;
  4. de begunstigden, of wanneer de personen die de begunstigden van de fiducie of van de trust zijn, nog niet werden aangeduid, de categorie van personen in wier hoofdzakelijk belang de fiducie of de trust werd opgericht of werkzaam is;
  5. elke andere natuurlijke persoon die wegens het feit dat hij directe of indirecte eigenaar is of via andere middelen, uiteindelijke zeggenschap over de fiducie of de trust uitoefent.