BTW fiscotax

In principe is btw die ten onrechte aangerekend wordt niet aftrekbaar voor de koper. De vraag is dan of dit niet in strijd is met het Europese neutraliteitsbeginsel vermits de btw door de verkoper of dienstverrichter immers werd doorgestort naar de Staat en de Staat dus eigenlijk geen nadeel lijdt zo de koper de btw zou recupereren. Die kwestie is onlangs aan bod gekomen voor een beroepsrechter te Antwerpen.

Feiten

De feiten die voor het Hof van Beroep te Antwerpen kwamen, hadden betrekking op een btw-plichtige onderneming die chapewerken liet uitvoeren door een aannemer. Vermits het gaat om een werk in onroerende staat en de overige voorwaarden ter zake vervuld waren, moest de aannemer factureren met verlegging van btw (zonder btw). Het was de btw-plichtige onderneming die de btw dan zelf in rekening moest brengen in haar btw-aangifte en daarin tegelijkertijd in aftrek brengen. In casu stuurde de aannemer echter een factuur met btw die hij op zijn beurt doorstortte naar de Staat. De onderneming bracht de aangerekende btw gewoonweg in aftrek. De btw-Administratie weigerde echter die aftrek omdat in de eerste plaats de factuur niet rechtsconform was opgesteld, en in de tweede plaats omdat het gaat om ten onrechte aangerekende btw die volgens de Administratie niet kan gerecupereerd worden. Ook de driejarige termijn voor teruggaaf van de onterecht aangerekende btw was inmiddels verstreken.

Oordeel eerste aanleg

In eerste aanleg kreeg de btw-Administratie gelijk, maar de beroepsrechter te Antwerpen was een andere mening toegedaan. De rechter steunde daarvoor op Europese rechtspraak. Vooreerst wijst de rechter op de vaststaande Europese rechtspraak dat enkel werkelijk verschuldigde btw kan gerecupereerd worden. Indien niet voldaan is aan formele vormvoorwaarden van een factuur (factuurvermeldingen) en aan de materiële voorwaarden van btw-verleggingsregel, dan is er geen btw-aftrek. Daarnaast haalt de rechter het neutraliteitsbeginsel aan. Volgens het Europese Hof van Justitie staat dit beginsel niet in de weg dat een btw-plichtige zijn recht op btw-aftrek wordt ontzegd omdat hij een factuur met btw heeft ontvangen, terwijl de verleggingsregel had moeten toegepast worden.

Hof van Justitie

Echter, aldus het Hof van Justitie, moet de btw-plichtige wel in de mogelijkheid gesteld worden om dan de btw rechtstreeks terug te vragen aan de btw-Administratie, zeker wanneer diegene die ten onrechte met btw heeft gefactureerd in tussentijd failliet zou gegaan zijn (wat in casu ook het geval was). Vermits in casu ook nog eens de driejarige termijn voor teruggave van btw verstreken was, zag de koper zijn mogelijkheid tot btw-recuperatie verloren gaan. Toch, aldus het Hof van Beroep te Antwerpen, moet er mogelijkheid zijn om na die periode de onterecht gefactureerde btw te herzien. Bijgevolg moet er dan ook btw-aftrek toegestaan worden. Anders redeneren zou een schending uitmaken van het neutraliteitsbeginsel.

bron ; lexalert