Het overbruggingsrecht werd eind 2016 ingevoerd om zelfstandigen die door economisch moeilijke omstandigheden of door een onverwacht voorval failliet gaan, een tweede kans te geven.

Zij kunnen gedurende twaalf maanden een financiële steun krijgen van 1.566,79 of 1.253,83 euro, naargelang van hun gezinslast, op voorwaarde dat hun netto-inkomsten voor belastingen niet hoger waren dan 13.847, 39 euro in het jaar van de stopzetting en in het jaar dat eraan voorafging.

De MR stelt nu een viervoudige uitbreiding voor. De bovengrens om de steun te kunnen krijgen, zou worden verdubbeld (27.694, 78 euro) en de maximale duur van de steun zou van 12 naar 24 maanden worden verhoogd voor elke zelfstandige die minstens 15 jaar (60 kwartalen) sociale bijdragen betaalde. De lijst van gedwongen stopzettingen die in aanmerking komen, zou worden versoepeld en ten slotte zou het begrip ‘onderneming’ overeenkomstig het nieuwe Wetboek van Economisch Recht worden uitgebreid naar elke natuurlijke persoon die als zelfstandige een beroepsactiviteit uitoefent, met inbegrip van de uitoefenaars van een vrij beroep, en naar alle rechtspersonen, dus ook verenigingen en stichtingen

bron : trends