16/11/2017
 
Zoals aangekondigd in het zomerakkoord, past de regering de wet over de flexi-jobs[1] aan om dit type van werk ook mogelijk te maken in andere sectoren dan de horecasector (PC 302).  Vanaf 1 januari 2018 zullen op die manier ook flexi-jobs uitgeoefend kunnen worden in de detailhandel.
Daarnaast zullen vanaf dezelfde datum ook gepensioneerden een flexi-job kunnen uitoefenen. Meer uitleg hierover vindt u in ons ander artikel van vandaag: “Dubbele uitbreiding van de flexi-jobs op komst”.

Detailhandel

Onder de detailhandel verstaat men: de handel die bestaat in de directe verkoop van goederen/producten in kleine hoeveelheden of aantallen aan particuliere verbruikers. Het gaat hier dus om een breed gamma van zaken zoals bakkers, slagers, kappers, buurtwinkels, kledingzaken,…
In het wetsontwerp spreekt men over de volgende sectoren:

  • het paritair subcomité voor de bakkerijen, banketbakkerijen en consumptiesalons bij een banketbakkerij (PC 118.03)[2];
  • het paritair comité voor de handel in voedingswaren (PC 119);
  • het paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel (PC 201);
  • het paritair comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren (PC 202);
  • het paritair subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven (PC 202.01);
  • het paritair comité voor de grote kleinhandelszaken (PC 311);
  • het paritair comité voor de warenhuizen (PC 312);
  • het paritair comité voor het kappersbedrijf en de schoonheidszorgen (PC 314);
  • het paritair comité voor de uitzendarbeid indien de gebruiker onder één van bovenvermelde paritaire comités ressorteert.

Voorwaarden?

De regels waaronder in deze sectoren via flexi-jobs gewerkt kan worden, zijn dezelfde als in de horeca.
Een flexi-job kan dus enkel worden uitgevoerd door werknemers die minstens een4/5 tewerkstelling hebben bij één of meerdere andere werkgever(s) een flexi-job uitoefenen.  Deze voorwaarde van de 4/5 tewerkstelling wordt bekeken in het referentiekwartaal T-3, dit is dus het derde kwartaal dat aan de tewerkstelling in de flexi-job voorafgaat. Opgelet, vanaf 1 januari 2018 zullen ook gepensioneerden een flexi-job kunnen uitoefenen.
De flexi-jobwerknemer krijgt een flexiloon (vakantiegeld inbegrepen) en betaalt hierop noch bedrijfsvoorheffing, noch persoonlijke socialezekerheidsbijdragen. Bovendien is dit loon een vrijgesteld inkomen voor de inkomstenbelastingen. De werkgever betaalt een bijzondere werkgeversbijdrage van 25% op het flexiloon.
Om een flexi-jobwerknemer tewerk te stellen, moet eerst een schriftelijke raamovereenkomst worden opgesteld en vervolgens een flexi-arbeidsovereenkomst (van bepaalde duur) wanneer de werknemer effectief prestaties komt leveren. Voor wat betreft de dimona-aangifte gelden er specifieke regels voor de flexi-jobwerknemers.
U vindt een uitgebreide uitleg hierover in onze gedetailleerde informatiefiche over de flexi-jobs (in de rubriek Sociaal > Dossiers > Contracten – Clausules). Zodra de wetgeving officieel is, zullen we de fiche uiteraard bijwerken om ook de detailhandel erin op te nemen.

Meer info?

De inwerkingtreding van deze maatregel is voorzien op 1 januari 2018, maar de tekst moet nog een groot deel van de wetgevende procedure doorlopen (goedkeuring door de Kamer, publicatie in het Belgisch Staatsblad). Intussen bereiden wij de nodige technische aanpassingen voor en houden u verder op de hoogte in de komende weken
[1] Wet van 16 november 2015.
[2] Het wetsontwerp spreekt letterlijk van ‘de werkgevers die vallen onder het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de bakkerij, banketbakkerij en consumptiesalons bij een banketbakkerij, opgericht in de schoot van het paritair comité voor de voedingsnijverheid (PC 118), subsector voor industriële broodbakkerijen’, maar volgens de informatie waarover wij beschikken komen enkel de ambachtelijke bakkerijen in aanmerking (kengetal 058).

 
bron : securex